De geoogste appels werden bewaard op een bedje van stro op de zolder. Zo hielden ze het fruit goed tot het voorjaar. Appels met een beschadiging gingen sneller rotten en werden dan snel verwerkt.
Een appeltje voor de dorst
Het maken van appelstroop was van oorsprong dus een manier om appels langer te bewaren. De Germanen kenden deze techniek al. Zij gebruikte de overgebleven en niet langer houdbare appels en kookte deze in ondiepe en brede potten tot al het vocht verdampt was. De overgebleven moes kon wel een natuurlijk suikergehalte van 50% bereiken door dit proces waardoor de moes en dus de voorloper van de appelstroop van nu veel langer bewaard kon worden. De moes werd eeuwenlang gebruikt om maaltijden zoeter te maken. Hoppa, appelstroop is geboren! Zo werd verspilling tegengegaan en konden ze het hele jaar genieten van appel(stroop).